1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Zwangerschap en cyclus
  4. Mola zwangerschap: wat is het, hoe merk je het en hoe gaat het verder?
Mola zwangerschap: wat is het, hoe merk je het en hoe gaat het verder?

Mola zwangerschap: wat is het, hoe merk je het en hoe gaat het verder?

5 min lezen

Bij bloedverlies of een afwijkende echo kan de term ‘mola zwangerschap’ onverwacht vallen: een zwangerschap waarbij het placentaweefsel abnormaal groeit en doorgaans geen levensvatbaar embryo ontstaat. De behandeling bestaat meestal uit het verwijderen van dit weefsel, gevolgd door bloedcontroles van het zwangerschapshormoon hCG.

Wat gebeurt er bij een mola zwangerschap?

Bij de bevruchting gaat er iets mis met de verdeling van het erfelijk materiaal. Daardoor groeit het weefsel dat normaal de placenta vormt anders dan gebruikelijk. Er kunnen met vocht gevulde blaasjes ontstaan.

Artsen onderscheiden twee vormen:

  • Complete mola: meestal bevrucht één zaadcel een eicel zonder werkzaam erfelijk materiaal, waarna het vaderlijke erfelijk materiaal verdubbelt. Er ontstaat geen embryo.
  • Partiële mola: meestal bevruchten twee zaadcellen één eicel. Er kan embryonaal weefsel ontstaan, maar de zwangerschap is doorgaans niet levensvatbaar.

Dit ontstaat niet door iets wat je hebt gedaan of nagelaten. Het afwijkende weefsel maakt hCG aan. Vooral bij een complete mola kan de hoeveelheid van dit hormoon hoger zijn dan verwacht.

Welke klachten kunnen erbij horen?

In het begin kunnen de klachten lijken op die van een gewone zwangerschap of een miskraam. Sommige mensen merken weinig en horen pas bij een echo dat er mogelijk iets niet klopt.

Mogelijke signalen zijn:

  • vaginaal bloedverlies;
  • hevige misselijkheid en veel overgeven;
  • een baarmoeder die groter is dan verwacht;
  • zelden, opvallend vroeg in de zwangerschap, een hoge bloeddruk.

Deze klachten bewijzen niet dat je een mola hebt. Bloedverlies komt bijvoorbeeld ook bij andere zwangerschappen voor. Neem bij bloedverlies of aanhoudend braken contact op met je verloskundige of huisarts. Op Thuisarts.nl staat betrouwbare informatie over bloedverlies tijdens de zwangerschap.

Hoe onderzoekt de arts wat er aan de hand is?

Een gynaecoloog onderzoekt een mogelijke mola zwangerschap met een echo en bloedonderzoek. De echo kan afwijkend placentaweefsel laten zien. Bij een partiële vorm zijn de afwijkingen soms minder duidelijk en lijkt het beeld op een miskraam.

In het bloed meet de arts de hoeveelheid hCG. Eén hormoonwaarde geeft op zichzelf geen zekerheid. De arts beoordeelt deze samen met de echo en het verloop van de zwangerschap.

Na verwijdering onderzoekt een patholoog het weefsel om vast te stellen om welke afwijking het gaat. Soms is aanvullend onderzoek nodig. Het onderscheid tussen een complete en partiële vorm helpt om de nacontrole te bepalen.

Hoe verloopt de behandeling?

Meestal verwijdert de gynaecoloog het afwijkende weefsel met een vacuümcurettage. Daarbij zuigt de arts het weefsel via de baarmoedermond uit de baarmoeder. Vooraf bespreek je de verdoving, de mogelijke risico’s en wat je na de ingreep kunt verwachten.

Na een mola zwangerschap blijft bloedonderzoek nodig, ook wanneer het bloedverlies stopt en je je beter voelt. De arts volgt of het hCG daalt en uiteindelijk niet meer aantoonbaar is.

In het begin vinden die controles meestal regelmatig plaats, vaak wekelijks. Het precieze schema en de totale duur hangen af van het type mola en het verloop van de waarden. Vraag wie de uitslagen doorgeeft en wanneer je zelf moet bellen.

Wat als het hCG niet voldoende daalt?

Een waarde die gelijk blijft of opnieuw stijgt, kan betekenen dat er nog actief trofoblastweefsel aanwezig is. Dat is het weefsel waaruit normaal een deel van de placenta ontstaat. De gynaecoloog beoordeelt meerdere uitslagen voordat die een conclusie trekt.

Soms is sprake van persisterende trofoblastziekte, ook wel gestationele trofoblastneoplasie of GTN genoemd. Dit kan verdere behandeling vragen, bijvoorbeeld chemotherapie. Specialistische beoordeling is dan belangrijk. Deze aandoeningen zijn doorgaans goed te behandelen.

Niet iedere afwijkende uitslag betekent dat je chemotherapie nodig hebt. Vraag je behandelaar wat de uitslagen in jouw situatie betekenen en welk aanvullend onderzoek eventueel nodig is.

Wanneer moet je direct bellen?

Bel direct je verloskundige, gynaecoloog of huisartsen-spoedpost bij veel bloedverlies, hevige buikpijn, duizeligheid of het gevoel dat je gaat flauwvallen. Neem ook contact op als je door braken nauwelijks vocht binnenhoudt.

Na de ingreep zijn koorts, toenemende buikpijn of sterk ruikende afscheiding redenen om dezelfde dag te bellen. Dit kunnen tekenen van een infectie zijn.

Plotselinge ernstige benauwdheid, pijn op de borst of bewustzijnsverlies vraagt om spoedhulp via 112. Meld nieuwe, aanhoudende benauwdheid ook aan je behandelaar. Zulke klachten kunnen verschillende oorzaken hebben; ze betekenen niet automatisch dat de trofoblastziekte zich heeft verspreid.

Waarom moet je wachten met opnieuw zwanger worden?

Een nieuwe zwangerschap laat het hCG opnieuw stijgen. Tijdens de nacontrole kan daardoor onduidelijk worden of het hormoon afkomstig is van een nieuwe zwangerschap of van achtergebleven weefsel.

Wacht na een mola zwangerschap daarom totdat je behandelaar aangeeft dat opnieuw zwanger worden verantwoord is. De wachttijd verschilt per situatie. Na chemotherapie gelden andere afspraken dan na alleen een curettage.

Bespreek welke anticonceptie tijdens de controles geschikt is. Verander hormonale anticonceptie in overleg met je arts. Raak je toch zwanger voordat de controles klaar zijn? Neem dan contact op met je gynaecoloog. Dat betekent niet automatisch dat de zwangerschap niet kan doorgaan.

Hoe vind je steun bij verlies en onzekerheid?

Het verlies van de zwangerschap en het wachten op bloeduitslagen kunnen verdriet, angst of boosheid oproepen. Misschien voel je vooral opluchting na de behandeling. Er is geen voorgeschreven manier om te reageren.

Een praktisch controleplan kan onzekerheid verminderen. Noteer wanneer je bloed laat prikken, wie de uitslag bespreekt en welk nummer je buiten kantooruren kunt bellen.

Vraag je huisarts om ondersteuning als angst, somberheid of slecht slapen je dagelijks functioneren belemmert. Voor herkenning en contact met anderen kun je kijken bij patiëntenvereniging Freya. Ook als mensen om je heen de zwangerschap nog niet kenden, mag je steun vragen.

Veelgestelde vragen

Kan ik hierna nog zwanger worden?

Meestal blijft de vruchtbaarheid behouden en is een gezonde zwangerschap mogelijk. Bespreek met je gynaecoloog wanneer je het opnieuw kunt proberen.

Is een mola zwangerschap hetzelfde als kanker?

Nee. Wel kan er na een mola trofoblastziekte ontstaan die een oncologische behandeling vraagt. Daarom zijn de hCG-controles belangrijk, ook zonder klachten.

Is deze afwijking erfelijk?

Meestal niet. Het gaat doorgaans om een toevallige fout bij de bevruchting. Bij herhaalde mola’s kan de arts erfelijkheidsonderzoek bespreken.

Heb ik bij een volgende zwangerschap extra controles nodig?

Vaak krijg je een vroege echo. Vertel je verloskundige of gynaecoloog over de eerdere mola en bespreek welke controles tijdens en na de zwangerschap nodig zijn.

Kan ik zelf merken of het weefsel verdwenen is?

Nee. Het verdwijnen van misselijkheid of bloedverlies geeft daarover geen zekerheid. Daarvoor blijven de afgesproken hCG-metingen nodig.