Een mail is zo getypt, maar één detail zorgt opvallend vaak voor twijfel: schrijf je maanden met een hoofdletter of niet? Het korte antwoord: in het Nederlands schrijf je maandnamen meestal met een kleine letter. Alleen aan het begin van een zin krijgt de maand een hoofdletter.
Maanden met een hoofdletter: wat is de regel?
De hoofdregel voor maanden met een hoofdletter is simpel: in gewone zinnen schrijf je maanden klein.
Dus zo is het goed:
- Ik ben in augustus jarig.
- De afspraak staat op 3 november.
- We verhuizen in mei.
- januari, februari, maart schrijf je gewoon met een kleine letter.
Dat komt doordat maandnamen in het Nederlands soortnamen zijn. Het zijn geen eigennamen, zoals Amsterdam of Sophie. Daarom krijgen ze normaal geen hoofdletter.
Twijfel je tussen januari of Januari? In een lopende zin is januari juist.
Wanneer schrijf je maanden met een hoofdletter wél?
Bij maanden met een hoofdletter is er eigenlijk maar één vaste uitzondering: aan het begin van een zin.
Voorbeelden:
- Januari voelt voor veel mensen als een nieuwe start.
- September is vaak een drukke maand.
- Maart kan nog verrassend koud zijn.
Dat is geen aparte maandregel. Het is gewoon de algemene spellingregel dat een zin met een hoofdletter begint. De maand zelf verandert dus niet van status; alleen de plek in de zin maakt het verschil.
Waarom zijn maanden met een hoofdletter vaak verwarrend?
De verwarring rond maanden met een hoofdletter komt vaak door andere talen. In het Engels schrijf je January, February en March met een hoofdletter. Wie veel Engelse mails, websites of social posts ziet, neemt dat makkelijk over.
In het Nederlands werkt het anders. Hier zijn januari, februari en maart gewone woorden binnen de zin. Daarom schrijf je ze klein.
Je ziet daardoor vaak fouten als:
- Ik ga in Oktober op vakantie.
- De cursus begint in April.
In correct Nederlands wordt dat:
- Ik ga in oktober op vakantie.
- De cursus begint in april.
Sinds wanneer geldt de regel voor maanden met een hoofdletter?
Wie oudere boeken of documenten leest, komt soms toch maanden met een hoofdletter tegen. Dat is te verklaren. Tot halverwege de twintigste eeuw werden maanden, weekdagen en feestdagen vaker met een hoofdletter geschreven.
Sinds de spellingwijziging van 1954 is de kleine letter de officiële regel voor maanden en dagen in het Nederlands. Daarom kun je in oudere teksten nog vormen tegenkomen als Januari of December, terwijl die nu in gewone zinnen niet meer correct zijn.
Dat is dus geen moderne smaakkeuze, maar een vaste spellingregel.
Geldt de regel voor maanden met een hoofdletter ook voor dagen en seizoenen?
Ja, dezelfde logica geldt ook voor dagen van de week en seizoenen. Net als bij maanden met een hoofdletter schrijf je deze woorden meestal klein.
Dus:
- maandag
- woensdag
- lente
- herfst
- winter
- zomer
En aan het begin van een zin krijgen ze wel een hoofdletter:
- Maandag heb ik een afspraak.
- Winter duurt voor sommige mensen lang.
Dat maakt de regel overzichtelijk: maanden, dagen en seizoenen zijn in het Nederlands gewone soortnamen.
Feestdagen zijn geen maanden met een hoofdletter
Hier gaat het vaak mis, omdat feestdagen anders werken dan maanden met een hoofdletter. Feestdagen schrijf je namelijk meestal wél met een hoofdletter.
Denk aan:
- Kerstmis
- Pasen
- Pinksteren
- Suikerfeest
Dat verschil helpt om de regel te onthouden. Maanden zijn soortnamen en blijven klein. Feestdagen functioneren als namen en krijgen daarom een hoofdletter.
Vergelijk:
- We gaan in december weg.
- We vieren Kerstmis thuis.
In die twee zinnen zie je het verschil meteen terug.
Hoe zit het met afkortingen van maanden met een hoofdletter?
Ook afkortingen volgen dezelfde regel als gewone maandnamen. Bij maanden met een hoofdletter geldt dus ook voor afkortingen: midden in de zin schrijf je ze klein.
Voorbeelden:
- De factuur is gedateerd op 12 jan.
- In feb. starten de werkzaamheden.
- De afspraak is verplaatst naar 3 sep.
Begint de afkorting de zin, dan krijgt die een hoofdletter:
- Jan. is vaak een rustige maand.
- Feb. voelt kort, maar kan druk zijn.
Let er wel op dat je afkortingen gebruikt die passen bij de stijl van je tekst. In een formele brief staat de maand vaak liever voluit.
Zijn er uitzonderingen in titels en officiële stukken?
Soms zie je maanden met een hoofdletter in koppen, titels, schema’s of officiële documenten. Dat komt meestal door een huisstijl of opmaakkeuze, niet doordat de spellingregel ineens anders is.
Een organisatie kan bijvoorbeeld kiezen voor een titel als:
- Planning Oktober
- Agenda November
Dat kan binnen die stijl bewust zo zijn. In gewone lopende tekst blijft de standaardregel gelden: oktober en november schrijf je klein.
Werk je voor school, een werkgever of een uitgever? Kijk dan even of er een stijlgids is. Zo voorkom je dat je binnen één document door elkaar heen schrijft.
Veelgemaakte fouten bij maanden met een hoofdletter
De bekendste fout is een maand midden in een zin toch met hoofdletter schrijven. Dat gebeurt vooral bij woorden als januari, februari, maart en december, omdat die er met hoofdletter voor veel mensen “netter” uitzien. Toch is dat in het Nederlands niet juist.
Fout:
- Mijn opleiding start in September.
- De deadline is in Februari.
- We vertrekken op 6 Maart.
Goed:
- Mijn opleiding start in september.
- De deadline is in februari.
- We vertrekken op 6 maart.
Nog een fout: de Engelse schrijfwijze overnemen in een Nederlandse tekst. Dat zie je vaak in zakelijke mails of op uitnodigingen.
Hoe onthoud je de regel makkelijk?
Voor maanden met een hoofdletter werkt een kort ezelsbruggetje vaak het best:
- maand = klein
- begin van de zin = hoofdletter
- feestdag = hoofdletter
Nog korter:
maand klein, feestdag groot
Dat helpt vooral als je snel schrijft. Denk aan mails, verslagen, sollicitatiebrieven of social posts. Consequent gebruik van kleine letters maakt je tekst rustiger en verzorgder.
FAQ over maanden met een hoofdletter
Schrijf je januari, februari en maart met een hoofdletter?
Nee, in een gewone zin schrijf je januari, februari en maart met een kleine letter. Alleen aan het begin van een zin krijgen ze een hoofdletter.
Zijn maanden met een hoofdletter fout in het Nederlands?
In lopende tekst meestal wel. Schrijf je bijvoorbeeld Ik ben in April jarig, dan is dat onjuist. Aan het begin van een zin mag April wel.
Geldt deze regel ook voor dagen van de week?
Ja. Woorden als maandag en dinsdag schrijf je ook klein, behalve aan het begin van een zin.
Waarom is dit anders dan in het Engels?
In het Engels krijgen maanden een hoofdletter omdat ze daar als eigennamen worden behandeld. In het Nederlands zijn het soortnamen, en daarom schrijf je ze klein.
Mogen maanden met een hoofdletter in titels?
Dat kan als stijlkeuze voorkomen in koppen, schema’s of officiële documenten. In gewone zinnen blijft de standaardregel: maandnamen schrijf je klein.



